Wie na een huwelijk of geregistreerd partnerschap uit elkaar gaat, kan in de positie komen dat hij of zij partneralimentatie moet gaan betalen. Dit is een verplichting als je ex-partner niet genoeg inkomsten heeft om van te leven. Dit jaar zijn er drie belangrijke veranderingen als het om partneralimentatie gaat.

1e verandering: maximale duur verkort
Ooit duurde de alimentatieplicht levenslang. Hoewel soms de rechter bij een zitting weleens een voortijdige beëindiging van de alimentatieplicht uitsprak.
Vanaf juli 1994 werd de maximale termijn verlaagd naar 12 jaar, als er sprake was van een huwelijk met kinderen of van een huwelijk zonder kinderen dat langer dan vijf jaar duurde. Bij een huwelijk zonder kinderen met een duur korter dan vijf jaar was de alimentatieverplichting net zo lang als de duur van het huwelijk.

Sinds begin dit jaar is het opnieuw veranderd. Het recht op alimentatie duurt nu maximaal de helft van de tijd die het huwelijk heeft geduurd, met een maximum van vijf jaar. De nieuwe regel geldt uitsluitend voor stellen die vanaf dit jaar uit elkaar gaan. Voor stellen die al eerder gingen scheiden, gelden de oude regels.

Bovendien zijn er twee uitzonderingen:

  • Partneralimentatie eindigt op zijn vroegst als het jongste kind 12 is. Dus als er net een baby is geboren en je gaat uit elkaar, dan is er in principe nog 12 jaar sprake van partneralimentatie.
  • Wanneer het huwelijk langer dan 15 jaar duurde en de ontvangende ex-partner ontvangt binnen 10 jaar AOW, dan eindigt de partneralimentatie zodra de AOW ingaat. Bovendien; als de ontvangende ex-partner tussen de 50 en 57 jaar is, dan is de uitkeringsduur beperkt tot tien jaar.

2e verandering: indexatie
Ieder jaar wordt de hoogte van de alimentatie aangepast, in principe aan de loonstijgingen. De verhoging is dit jaar 2,5%.

3e verandering: minder aftrek inkomstenbelasting
Partneralimentatie verschilt onder meer van kinderalimentatie, omdat je het betaalde bedrag kunt aftrekken van de inkomstenbelasting. De komende jaren wordt dat wel flink minder. Hoewel dit alleen geldt voor inkomens die in de hoogste schijf van de inkomstenbelasting vallen, inkomens vanaf € 68.507,-. Vorig jaar kon de betalende partij nog maximaal 51,75% van de betaalde alimentatie aftrekken van het inkomen.

  • Dit jaar is nog maximaal 46% van de betaalde alimentatie aftrekbaar.
  • In 2021 wordt dat 43%
  • In 2022 wordt het 40%
  • In 2023 wordt dat 37%