Author G.Kalle

Ieder jaar zijn er de zorg en de zorgverzekeringen veranderingen. Dat geldt ook voor 2020. Zo gaat bijvoorbeeld de zorgpremie omhoog. Het eigen risico van de zorgverzekering blijft volgend jaar overigens wel hetzelfde.

Op Prinsjesdag werd door het kabinet bevestigd dat het eigen risico in 2020 opnieuw € 385 zal zijn. Maar de maandpremie van de basisverzekering gaat wel stijgen, met € 3. Dit betekent een stijging van € 36 op jaarbasis. Per jaar komt de premie dan op € 118,42. Maar let op: iedere zorgverzekeraar bepaalt uiteindelijk zelf de hoogte van hun zorgpremie. Voor half november moeten alle premies bekend zijn. Vanaf dat moment is het slim om te gaan vergelijken. Is overstappen voor jou aantrekkelijk? Dan kan dat tot het einde van het jaar.

Zorgtoeslag
De laagste inkomens worden gecompenseerd voor de hogere zorgpremie: in 2020 gaat de maximale zorgtoeslag met € 67 omhoog voor alleenstaanden en met € 95 voor meerpersoonshuishoudens.

Lagere collectiviteitskorting
Hoor jij bij die twee derde van de Nederlanders die een collectieve zorgverzekering heeft?  Als het gaat om de maximale wettelijke korting voor een collectieve zorgverzekering wordt het dan iets ongunstiger voor verzekerden. Niet alleen gaan de premies in het algemeen omhoog. Ook de maximale korting die je mag krijgen gaat omlaag; van 10% naar 5%. Dit geldt overigens alleen voor de basisverzekering. Voor de aanvullende zorgverzekering geldt geen maximumpercentage voor de collectiviteitskorting.

Uitbreiding basispakket
Prettig is voor ons allemaal dat het basispakket van de zorgverzekering in 2020 wederom met enkele behandelingen en medicijnen wordt uitgebreid. Zo is er bijvoorbeeld een logeervergoeding als je (zonder opname) langer dan drie aaneengesloten dagen naar het ziekenhuis moet voor behandelingen. Als je ver van het ziekenhuis woont kun je in dat geval een logeervergoeding krijgen van maximaal € 75 per nacht.

Ook mensen die willen stoppen met roken kunnen nu goedkoper uit zijn. Want in 2020 betaal je geen eigen risico meer voor het begeleidingstraject. Verder wordt de specialist ouderengeneeskunde vanaf volgend jaar vergoed vanuit de basisverzekering. Ook nieuwe geneesmiddelen voor de behandeling van verschillende soorten kanker en een geneesmiddel dat de mobiliteit van MS-patiënten verbetert vallen vanaf volgend jaar in het basispakket.

Al met al zijn de wijzigingen in de zorg niet ‘wereldschokkend’, maar wordt het volgend jaar financieel wel allemaal net wat ongunstiger voor veel verzekerden.

Read More

In veel (werknemers)pensioenregelingen is een nabestaandenregeling opgenomen. Bij overlijden krijg de achterblijvende partner – of eventuele minderjarige kinderen – maandelijks een bedrag uitgekeerd. Hoeveel partnerpensioen je krijgt, hangt van een aantal zaken af.

1. Loondienst
Ten eerste is het van belang of je partner in loondienst was of ooit is geweest. Het wordt namelijk via de pensioenuitvoerder van (ex-)werkgevers uitgekeerd. Als je partner zelfstandige was, bouwde zij of hij geen partnerpensioen op. Tenzij dit geregeld is binnen een beroepspensioenfonds.

2. Burgerlijke staat
Als je bent getrouwd of geregistreerd partner van elkaar bent, heb je automatisch recht op partnerpensioen. Wanneer je samenwoont kun je elkaar als partner aanmelden bij je pensioenfonds of -verzekeraar. Dat moet je wel zelf doen. En er zijn vaak voorwaarden aan verbonden. Bijvoorbeeld dat er een samenlevingscontract dient te zijn.

3. Is partnerpensioen geregeld?
Of er sowieso een partnerpensioen geregeld in de pensioenregeling van je overleden partner kun je zien in Mijnpensioenoverzicht.nl.

4. Risicobasis of opbouwbasis
Partnerpensioen kan worden opgebouwd op risicobasis of opbouwbasis. Dit kan verschillen per pensioenfonds of pensioenverzekeraar.  Een van de belangrijkste consequenties is dat bij een nabestaandenpensioen op risicobasis je nabestaanden een nabestaandenpensioen ontvangen, echter zolang je bij deze werkgever meedoet aan de pensioenregeling. Dit nabestaandenpensioen vervalt als je niet meer meedoet aan de pensioenregeling. Bij nabestaandenpensioen op opbouwbasis blijf je verzekerd tegen het risico van overlijden, ook als je niet meer deelneemt aan deze regeling. Je nabestaanden ontvangen in dit geval wel een pensioen als je overlijdt, terwijl je niet meer deelneemt aan de regeling.

5. Eerder gescheiden?
Als je partner in het verleden gescheiden is, gaat een deel van het partnerpensioen naar zijn of haar ex-partner. Dit heet bijzonder partnerpensioen.

6. Hoeveel partnerpensioen kun je verwachten?
Op mijnpensioenoverzicht.nl kun je samen met je partner kijken hoeveel partnerpensioen er door haar of hem is opgebouwd van de huidige en voormalige pensioenuitvoerders. In je eigen pensioenoverzicht zie je dan uiteraard hoeveel je partner ontvangt, mocht jij komen te overlijden.

Read More

Flink wat Nederlanders hebben de afgelopen jaren elektrische auto’s gekocht. Omdat het goed is voor het milieu. Maar zeker ook omdat het prettig is voor de portemonnee. Daar komt door ander overheidsbeleid echter langzamerhand een einde aan.

De afgelopen jaren kon je als het om de belasting op je auto ging simpelweg twee percentages hanteren: 4% zogeheten bijtelling voor auto’s zonder CO2-uitstoot en 22% voor auto’s met CO2-uitstoot. Volgend jaar is er een overgangsjaar als het gaat om de voordelige bijtellingspercentages van volledig elektrisch rijden. Dan stijgt om te beginnen het percentage van 4% naar 8%. Tussen 2020 en 2026 zal dat stapsgewijs toenemen tot 22%. Vanaf 2026 is het bijtellingspercentage voor elektrische auto’s dus gelijk aan die van benzine- en dieselauto’s. De autobranche voorspelt daarom zware tijden voor de elektrische markt en vermoedt dat zakelijke rijders tegen die tijd weer in goedkope diesel- of benzineauto’s zullen stappen.

60 maanden
Het bijtellingspercentage geldt voor een periode van 60 maanden. Kies je bijvoorbeeld nog dit jaar voor een elektrisch auto, dan heb je 60 maanden, tot en met 2024, de 4% bijtelling. Voor een volledig elektrische auto betaal je overigens geen aanschafbelasting (bpm). En met auto’s die op waterstof rijden kun je wel fiscaal voordelig blijven rijden met een bijtelling van 4%.

Automatische rittenregistratie
Wil je helemaal geen bijtelling betalen? Dan moet je de Belastingdienst bewijzen dat je niet meer dan 500 privékilometers per jaar rijdt in je zakelijke auto. Of je nu in een reguliere auto rijdt of in een elektrische. Automatische rittenregistratie is dan dé manier om dit bewijs te leveren.

Read More

Misschien had je het al gelezen, vanaf 2022 gaat de belasting rekenen met een ‘realistisch’ rendement over spaargeld. Dat betekent dat als de rente laag blijft je spaargeld tot € 440.000 niet wordt belast. Tot die tijd gelden de huidige regels voor het vaststellen van de belasting over je vermogen. Die veranderen ieder jaar een beetje. We geven vast een overzicht van de belangrijkste veranderingen voor volgend jaar als het gaat om belasting over het vermogen.

1. Tot € 30.846 geen belasting
Over een deel van je vermogen betaal je geen belasting, de vrijstelling. Hoef je over 2019 geen belasting te betalen als je vermogen niet hoger is dan € 30.360, volgend jaar stijgt dit licht. Als je dan tot € 30.846 aan spaargeld of beleggingen hebt, hoef je geen vermogensrendementsheffing te betalen. Voor stellen geldt dat tot €61.692 (in 2019: €60.720). Boven deze bedragen ga je belasting over je vermogen betalen. Overigens, als je ‘groen’ belegt, heb je recht op een extra vrijstelling. Dan hoef je over 2020 tot € 59.000 geen belasting over je vermogen te betalen. Dat was vorig jaar € 58.539.

2. Rendementen
Bovendien is er volgend jaar sprake van een verlaging van de zogeheten fictieve rendementen, het rendement waarmee de belasting rekent. Bóven het bedrag aan vermogen waarover je geen belasting hoeft te betalen, wordt volgend jaar over de eerste €72.797 aan spaargeld en/of beleggingen een rendement verondersteld van 1,80%. In 2019 is dat nog 1,94%. Hierover heft de fiscus zoals altijd 30% vermogensbelasting, oftewel afgerond 0,54% over 2020. Dat is lager dan in 2019, met 0,58% heffing. Uiteindelijk betekent deze verlaging maximaal een paar tientjes voordeel voor mensen met ruim een ton (stellen ruim 2 ton) aan vermogen in box 3.

3. Ook hogere inkomens
Ook degenen met meer vermogen worden over 2020 iets minder zwaar belast. Bijvoorbeeld, bij een vermogen boven de €1.036.418 in box 3 rekent de fiscus met een rendement van 5,33%. Dat is over dit jaar nog 5,6%.

Al met al blijven de veranderingen als het gaat om belasting over vermogen de komende jaren beperkt. Pas vanaf 2022, zoals al in de intro hier gezegd, worden de veranderingen (en de bedragen die daarmee gemoeid zijn) groter voor ons als Nederlanders.

Read More

Gemiddeld betaalt een autorijder nu bijna € 700,- per jaar voor een WA-autoverzekering. Een verhoging van meer dan 21% van de gemiddelde jaarpremie in twee jaar tijd. Maar er zijn mogelijkheden om de kosten voor je verzekering te drukken.

1. Beperk dekking bij oudere auto
Een WA-verzekering is natuurlijk voor iedere automobilist verplicht. ‘Daarbovenop’ kun je dan nog een beperkt casco-, een volledig-casco of een allriskverzekering afsluiten. De meeste automobilisten sluiten bij de aankoop van een nieuwe auto een volledig cascoverzekering af en laten dat vervolgens zo. Echter, als je auto zes jaar of ouder is, is het doorgaans goedkoper om over te stappen naar een beperkt cascoverzekering, omdat de waarde van je auto fors is gedaald. En een WA-verzekering is vaak meer dan voldoende aIs je auto ouder is dan tien jaar. Omdat de premie van een volledig casco- of allriskverzekering en de uitkering bij schade niet meer in verhouding tot elkaar staan. Daarbij moet wel als aantekening worden gemaakt dat als je auto nog steeds een forse nieuwwaarde heeft of wanneer je de auto met een lening hebt gekocht het misschien verstandiger is om de volledige cascoverzekering te handhaven.

2. Wellicht een lagere premie na verhuizing
Het kan slim zijn met je verzekeraar in contact te treden als je verhuisd bent. Want de premie van je autoverzekering is niet alleen gerelateerd aan de waarde van de auto, maar ook aan je woonplaats. Immers, als er in de omgeving waar je woont veel auto-inbraken of auto-ongelukken zijn gaan de premies omhoog. Zo zijn bijvoorbeeld Maastricht, Den Haag, Den Bosch en Amsterdam relatief duur. Het voordeligst zijn Leeuwaren, Groningen en Assen. Maar zelfs als je binnen een stad verhuist naar een ander postcodegebied kan dat uitmaken in premie.

3. Ieder jaar premies vergelijken
Verzekeringspremies veranderen voortdurend. Het is daarom lonend om ieder jaar voor je polis wordt verlengd verzekeringen met elkaar te vergelijken. Let bij het vergelijken wel op de no-claimkortingen, die kunnen oplopen tot wel 80%. Want er zijn verzekeraars die minder korting bieden, maar wel een lagere premie bieden dan verzekeraars die met forse no-claimkortingen stunten. Let dus bij je prijsvergelijking op het bedrag dat je uiteindelijk moet betalen.

4. Uit eigen zak schade betalen
Hoe meer schadevrije jaren je als automobilist opbouwt, hoe hoger de korting op je premie. Dat werkt twee kanten op. Als je schade claimt bij je verzekeraar keert deze uit als alles goed is. Maar je daalt natuurlijk gelijk op de lijst van schadevrije jaren, waarna de premie stijgt. Het kan daarom wijs zijn een kleine schade zelf te betalen.

5. Slim om no-claimbeschermer af te sluiten?
Bij sommige autoverzekeraars kun je een no-claimbeschermer afsluiten. Daarmee dek je jezelf in tegen een premieverhoging als je een keer schade claimt. Dat lijkt aantrekkelijker dan het is. Want de schade wordt wel geregistreerd in een centrale database voor schadevrije jaren. Blijf je bij je huidige verzekeraar, dan heb je daar geen last van. Maar als je wil overstappen, kun je alsnog worden geconfronteerd met een hogere premie. Houd hier rekening mee voor je zo’n extra dekking afsluit.

Read More

Met welke geldzaken moet je als ouder rekening houden als je kind het huis uit gaat? Om te gaan studeren bijvoorbeeld. Hieronder een aantal handige tips waarmee je je kind kan helpen om financieel verstandig om te gaan met zelfstandigheid.

1. Zorg voor een begroting of budget
Ten eerste is het natuurlijk heel belangrijk een overzicht te hebben van de verwachte inkomsten en kosten van je kind. Het is daarom een goed idee haar of hem te helpen met het maken van een begroting en het bijhouden van een boekhouding. Helemaal slim is als zij of hij in het begin een huishoudboekje bijhoudt. Zo krijgt je kind inzicht in waar haar of zijn geld heen gaat.

2. Ga je verzekeringen na
Tot hun 18e zijn kinderen voor de zorgkosten gratis met de ouders meeverzekerd. Vanaf hun 18e moeten ze echter wel premie betalen. Echter, als je kind gaat studeren mogen ze nog wel op jouw polis blijven staan. Er zijn voor studenten vaak trouwens ook wel goedkope zorgverzekeringen. Ga wel na of die goedkope zorgpolis goed past. Studenten hebben bovendien recht op zorgtoeslag. Check daarnaast je aansprakelijkheidsverzekering en je doorlopende reisverzekering. Als je dochter of zoon gaat studeren, is zij of hij doorgaans nog bij jou verzekerd als het gaat om aansprakelijkheid en reizen.

3. Zet abonnementen over
Vergeet ook niet dat je kind nu op eigen benen dient te staan. Bijvoorbeeld als het om de abonnementen gaat voor de telefoon, tijdschriften, de krant, de sportschool of sportclubs. Zet die tijdig over naar je dochter of zoon.

4. Een studiebijdrage: maak duidelijke afspraken
Het is uiteraard ook een goed idee om duidelijk af te spreken met wat voor bedrag je iedere maand bijdraagt aan de studie van je kind. De overheid gaat er ervan uit dat ouders in principe een deel van de studiekosten betalen. Het hangt af van je inkomen hoe groot dat bedrag is. Een goed idee kan ook zijn om af te spreken dat je bepaalde dingen betaalt voor je studerende kind. Zoals collegegeld, boeken en huur. Dat geeft duidelijkheid. Je dochter of zoon weet dan dat zij of hij zelf dient zorg te dragen voor de rest van de kosten.

5. Als er is gespaard voor de studie
De ervaring leert dat veel ouders op een speciale spaarrekening sparen voor hun kinderen. Vaak krijgt een kind dan als het 18 jaar wordt of gaat studeren toegang tot de rekening. Het is dan verstandig om met je kind te bespreken hoe zij of hij deze spaarpot wil gebruiken. En of zij of hij de rekening zelf beheert of dat je dat samen doet.

6. Aanvullende beurs
Al enige tijd, sinds 2015, krijgen studenten geen basisbeurs meer. Je kind kan wel, afhankelijk van jouw inkomen, een aanvullende beurs krijgen. Die aanvraag voor een aanvullende beurs doe je bij DUO. Tegelijkertijd met een aanvraag voor studiefinanciering. DUO vraagt dan informatie over je inkomen op bij de Belastingdienst.

7. Schenken, kijk naar de regels
En er is altijd de mogelijkheid voor ouders en grootouders om hun kinderen geld te schenken. Bijvoorbeeld voor een studie. Daarvoor zijn verschillende regels. Vraag die na als je een schenking aan je kind overweegt.

Read More

Vorig jaar werd in Nederland voor € 329 miljoen aan crowdfundleningen verstrekt. De populariteit van crowdfunding komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. Banken zijn de laatste jaren voorzichtiger geworden, dus minder scheutig met het verstrekken van leningen aan ondernemers. Bovendien, als je bij je bank 0% rente krijgt, zijn de rentepercentages van rond de 7% die bij crowdfunding vaak worden geboden natuurlijk heel aantrekkelijk.

Naast de relatief hoge rente speelt ook nog de aanraakbaarheid een rol. Soms gaat het om ondernemers die je kent. Bijvoorbeeld omdat je ze uit je netwerk kent, misschien is het zelfs familie. Het klinkt allemaal mooi en sympathiek. Maar toch is een waarschuwing ook op zijn plaats. Want de ervaring leert dat lang niet ieder product of idee dat door een ‘crowdfunding-ondernemer’ wordt gelanceerd een succes is. Verder komt het nogal eens voor dat een ondernemer na een eerste crowdfunding-ronde meer geld nodig heeft voor de verdere uitwerking, en dan niet meer voldoende financiering bij elkaar krijgt.

Spreiden
Ook de Nederlandse Autoriteit Financiële Markten (AFM) waarschuwt consumenten om voorzichtig te zijn als het om crowdfunding gaat. AFM vindt dat je niet meer dan maximaal 10% van je vermogen zou moeten investeren in crowdfunding-initiatieven. Verder vindt AFM dat je dan ook zou dienen te spreiden over meerdere projecten. Zo ben je minder vatbaar voor een faillissement van een crowdfunding-onderneming waarin je geïnvesteerd hebt. Die faillissementen komen zeer regelmatig voor. Want uiteraard heeft niet iedere ondernemer het gouden product of idee. Wees daarom alert en als je toch wat in crowdfunding-projecten wilt investeren: spreid je risico’s.

Read More

Uit onderzoek van het Nibud bleek onlangs dat één op de vier huishoudens geen idee heeft of er recht is op een toeslag. Daarom is het misschien goed er nog even op te wijzen dat vanaf volgend jaar meer ouders recht hebben op  het kindgebonden budget. Ook wel kindertoeslag genoemd. Paren met een gezamenlijk toetsingsinkomen tussen de huidige zogeheten afbouwgrens (€ 20.941) en circa € 75.000 krijgen een hoger kindgebonden budget. Of kunnen voor het eerst in aanmerking komen voor een kindgebonden budget.

Het kan dus lonen om te checken of je over 2019 en voorgaande jaren nog recht hebt op kindgebonden budget.

Je kindgebonden budget voor 2019 kan je aanvragen met Mijn toeslagen. Dat kan tot 1 september 2020. Wil je nog toeslag aanvragen voor 2018, 2017, 2016 of 2015? In sommige gevallen kan dit nog. Lees meer bij Toeslag aanvragen.

Let op: de criteria voor inkomen en vermogen veranderen jaarlijks. Niet alleen vanwege de inflatie, maar ook vanwege het feit dat de politiek de toeslagen gebruikt om aan het koopkrachtplaatje te sleutelen. Als je al toeslag(en) ontvangt, dien je daarom elk jaar te checken of je nog recht hebt op de toeslag(en). Omgekeerd geldt dat als je het ene jaar géén recht had op toeslag(en), je mogelijk het volgende jaar wel in aanmerking komt.

Hier nog een document van de Belastingdienst, met uitleg over de berekening van de kindertoeslag.

Read More

Hieronder 8 tips voor het organiseren van je geldzaken.

1. Een overzichtelijke administratie
Het ligt natuurlijk voor de hand: orde en overzicht. Toch valt er voor velen nog heel wat te winnen als het daar om gaat. Het hoeft echt niet ingewikkeld te zijn. Gebruik mappen voor je papieren administratie. Rubriceer ook de administratie op je computer. Stop bijvoorbeeld belangrijke digitale documenten in folders.

2. Apart stapeltje voor belangrijke post
De ervaring leert dat bij veel mensen allerlei post, belangrijke en minder belangrijke, tezamen wordt bewaard. Dat is onoverzichtelijk en kan vroeg of laat tot problemen leiden. Om dit te voorkomen is het handig een aparte stapel te maken van de post waarop je moet reageren. Bijvoorbeeld brieven van de Belastingdienst. Leg ook rekeningen op een plek die goed in het zicht ligt. Het handigste is uiteraard om die rekeningen meteen te betalen. Bewaar ook eindafrekeningen van bijvoorbeeld het energiebedrijf, of overzichten van je huur of je hypotheek in een aparte map. Ook digitaal is het slim om belangrijke e-mail in een aparte mail-map te bewaren. Als je nog meer overzicht wil: print ze uit en bewaar ze in een map. Schrijf op de buitenkant van de map(pen) wat erin zit. Ook dat geeft meer overzicht.

3. Iedere week je administratie bijwerken
Een lastige, omdat je hiervoor in het begin misschien echt eerst even de discipline moet opbouwen. Het helpt doorgaans wel als je hiervoor een vast moment in de week kiest. Het idee is om alle post en andere documenten die je moet bewaren geordend op te bergen, zodat je ze later makkelijk terug kunt vinden. Ga ook iedere week ook even na of alle rekeningen op tijd zijn betaald. Check ook je e-mail of er nog berichten zijn waar je naar moet kijken. Bijvoorbeeld een mail van je energieleverancier of de rijksoverheid.

4. Voldoende saldo op bankrekening
Onnodig rood staan, daar wordt niemand blij van. Het leidt tot rentekosten en automatische afschrijvingen die misgaan. Zorg daarom altijd voor voldoende saldo op de lopende rekening. Maak desnoods geld over van je spaarrekening.

5. Huishoudboekje
Het klinkt ouderwets, bijna als iets uit de jaren vijftig: een huishoudboekje. Toch is het echt zo dat een overzicht van je maandelijkse inkomsten en uitgaven heel erg verhelderend kan zijn. We leven inmiddels natuurlijk wel in het digitale tijdperk. Kies daarom een digitaal huishoudboekje dat je overzichtelijk en ‘goed werkbaar’ vindt.

6. Financiële buffer
Ook dit is een tip die niet echt ‘wereldschokkend’ is, maar het helpt echt enorm als je een potje van een paar duizend euro opbouwt voor onverwachte kosten. Het zijn dan de bekende zaken die vaak genoemd worden: de wasmachine die kapotgaat, de auto die gerepareerd moet worden. Maar het zal je maar gebeuren dat je er geen geld voor hebt. Een goede vuistregel is hier: zorg voor voldoende geld om de twee duurste apparaten in je huis – dus afgezien van de auto – te vervangen.

7. Spaardoelen
Sparen is en blijft een beetje ‘magisch’. In het begin denk je af en toe: heeft dit zin. Maar als je stug en gedisciplineerd periodiek geld opzijzet, zul je zien dat je voor je het weet een aardig bedrag bij elkaar hebt. Handig is om een spaardoel te bepalen. Dat motiveert nog extra.

8. Houd overzicht over het aflopen van verzekeringen, abonnementen en contracten
Ook hier geldt weer: dit schiet er vaak bij in. Maar als je overzicht hebt over aflopende verzekeringen, abonnementen en contracten, dan loont dat vaak echt. Ten eerste kan je bij afloop even onderzoeken of een andere aanbieder een voordeliger aanbod of betere verzekering heeft. Misschien nog belangrijker: het helpt enorm bij het beëindigen van abonnementen waar je eigenlijk toch geen gebruik van maakt.

Read More