Monthly Archives augustus 2019

Met welke geldzaken moet je als ouder rekening houden als je kind het huis uit gaat? Om te gaan studeren bijvoorbeeld. Hieronder een aantal handige tips waarmee je je kind kan helpen om financieel verstandig om te gaan met zelfstandigheid.

1. Zorg voor een begroting of budget
Ten eerste is het natuurlijk heel belangrijk een overzicht te hebben van de verwachte inkomsten en kosten van je kind. Het is daarom een goed idee haar of hem te helpen met het maken van een begroting en het bijhouden van een boekhouding. Helemaal slim is als zij of hij in het begin een huishoudboekje bijhoudt. Zo krijgt je kind inzicht in waar haar of zijn geld heen gaat.

2. Ga je verzekeringen na
Tot hun 18e zijn kinderen voor de zorgkosten gratis met de ouders meeverzekerd. Vanaf hun 18e moeten ze echter wel premie betalen. Echter, als je kind gaat studeren mogen ze nog wel op jouw polis blijven staan. Er zijn voor studenten vaak trouwens ook wel goedkope zorgverzekeringen. Ga wel na of die goedkope zorgpolis goed past. Studenten hebben bovendien recht op zorgtoeslag. Check daarnaast je aansprakelijkheidsverzekering en je doorlopende reisverzekering. Als je dochter of zoon gaat studeren, is zij of hij doorgaans nog bij jou verzekerd als het gaat om aansprakelijkheid en reizen.

3. Zet abonnementen over
Vergeet ook niet dat je kind nu op eigen benen dient te staan. Bijvoorbeeld als het om de abonnementen gaat voor de telefoon, tijdschriften, de krant, de sportschool of sportclubs. Zet die tijdig over naar je dochter of zoon.

4. Een studiebijdrage: maak duidelijke afspraken
Het is uiteraard ook een goed idee om duidelijk af te spreken met wat voor bedrag je iedere maand bijdraagt aan de studie van je kind. De overheid gaat er ervan uit dat ouders in principe een deel van de studiekosten betalen. Het hangt af van je inkomen hoe groot dat bedrag is. Een goed idee kan ook zijn om af te spreken dat je bepaalde dingen betaalt voor je studerende kind. Zoals collegegeld, boeken en huur. Dat geeft duidelijkheid. Je dochter of zoon weet dan dat zij of hij zelf dient zorg te dragen voor de rest van de kosten.

5. Als er is gespaard voor de studie
De ervaring leert dat veel ouders op een speciale spaarrekening sparen voor hun kinderen. Vaak krijgt een kind dan als het 18 jaar wordt of gaat studeren toegang tot de rekening. Het is dan verstandig om met je kind te bespreken hoe zij of hij deze spaarpot wil gebruiken. En of zij of hij de rekening zelf beheert of dat je dat samen doet.

6. Aanvullende beurs
Al enige tijd, sinds 2015, krijgen studenten geen basisbeurs meer. Je kind kan wel, afhankelijk van jouw inkomen, een aanvullende beurs krijgen. Die aanvraag voor een aanvullende beurs doe je bij DUO. Tegelijkertijd met een aanvraag voor studiefinanciering. DUO vraagt dan informatie over je inkomen op bij de Belastingdienst.

7. Schenken, kijk naar de regels
En er is altijd de mogelijkheid voor ouders en grootouders om hun kinderen geld te schenken. Bijvoorbeeld voor een studie. Daarvoor zijn verschillende regels. Vraag die na als je een schenking aan je kind overweegt.

Read More

Vorig jaar werd in Nederland voor € 329 miljoen aan crowdfundleningen verstrekt. De populariteit van crowdfunding komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. Banken zijn de laatste jaren voorzichtiger geworden, dus minder scheutig met het verstrekken van leningen aan ondernemers. Bovendien, als je bij je bank 0% rente krijgt, zijn de rentepercentages van rond de 7% die bij crowdfunding vaak worden geboden natuurlijk heel aantrekkelijk.

Naast de relatief hoge rente speelt ook nog de aanraakbaarheid een rol. Soms gaat het om ondernemers die je kent. Bijvoorbeeld omdat je ze uit je netwerk kent, misschien is het zelfs familie. Het klinkt allemaal mooi en sympathiek. Maar toch is een waarschuwing ook op zijn plaats. Want de ervaring leert dat lang niet ieder product of idee dat door een ‘crowdfunding-ondernemer’ wordt gelanceerd een succes is. Verder komt het nogal eens voor dat een ondernemer na een eerste crowdfunding-ronde meer geld nodig heeft voor de verdere uitwerking, en dan niet meer voldoende financiering bij elkaar krijgt.

Spreiden
Ook de Nederlandse Autoriteit Financiële Markten (AFM) waarschuwt consumenten om voorzichtig te zijn als het om crowdfunding gaat. AFM vindt dat je niet meer dan maximaal 10% van je vermogen zou moeten investeren in crowdfunding-initiatieven. Verder vindt AFM dat je dan ook zou dienen te spreiden over meerdere projecten. Zo ben je minder vatbaar voor een faillissement van een crowdfunding-onderneming waarin je geïnvesteerd hebt. Die faillissementen komen zeer regelmatig voor. Want uiteraard heeft niet iedere ondernemer het gouden product of idee. Wees daarom alert en als je toch wat in crowdfunding-projecten wilt investeren: spreid je risico’s.

Read More

Uit onderzoek van het Nibud bleek onlangs dat één op de vier huishoudens geen idee heeft of er recht is op een toeslag. Daarom is het misschien goed er nog even op te wijzen dat vanaf volgend jaar meer ouders recht hebben op  het kindgebonden budget. Ook wel kindertoeslag genoemd. Paren met een gezamenlijk toetsingsinkomen tussen de huidige zogeheten afbouwgrens (€ 20.941) en circa € 75.000 krijgen een hoger kindgebonden budget. Of kunnen voor het eerst in aanmerking komen voor een kindgebonden budget.

Het kan dus lonen om te checken of je over 2019 en voorgaande jaren nog recht hebt op kindgebonden budget.

Je kindgebonden budget voor 2019 kan je aanvragen met Mijn toeslagen. Dat kan tot 1 september 2020. Wil je nog toeslag aanvragen voor 2018, 2017, 2016 of 2015? In sommige gevallen kan dit nog. Lees meer bij Toeslag aanvragen.

Let op: de criteria voor inkomen en vermogen veranderen jaarlijks. Niet alleen vanwege de inflatie, maar ook vanwege het feit dat de politiek de toeslagen gebruikt om aan het koopkrachtplaatje te sleutelen. Als je al toeslag(en) ontvangt, dien je daarom elk jaar te checken of je nog recht hebt op de toeslag(en). Omgekeerd geldt dat als je het ene jaar géén recht had op toeslag(en), je mogelijk het volgende jaar wel in aanmerking komt.

Hier nog een document van de Belastingdienst, met uitleg over de berekening van de kindertoeslag.

Read More

Hieronder 8 tips voor het organiseren van je geldzaken.

1. Een overzichtelijke administratie
Het ligt natuurlijk voor de hand: orde en overzicht. Toch valt er voor velen nog heel wat te winnen als het daar om gaat. Het hoeft echt niet ingewikkeld te zijn. Gebruik mappen voor je papieren administratie. Rubriceer ook de administratie op je computer. Stop bijvoorbeeld belangrijke digitale documenten in folders.

2. Apart stapeltje voor belangrijke post
De ervaring leert dat bij veel mensen allerlei post, belangrijke en minder belangrijke, tezamen wordt bewaard. Dat is onoverzichtelijk en kan vroeg of laat tot problemen leiden. Om dit te voorkomen is het handig een aparte stapel te maken van de post waarop je moet reageren. Bijvoorbeeld brieven van de Belastingdienst. Leg ook rekeningen op een plek die goed in het zicht ligt. Het handigste is uiteraard om die rekeningen meteen te betalen. Bewaar ook eindafrekeningen van bijvoorbeeld het energiebedrijf, of overzichten van je huur of je hypotheek in een aparte map. Ook digitaal is het slim om belangrijke e-mail in een aparte mail-map te bewaren. Als je nog meer overzicht wil: print ze uit en bewaar ze in een map. Schrijf op de buitenkant van de map(pen) wat erin zit. Ook dat geeft meer overzicht.

3. Iedere week je administratie bijwerken
Een lastige, omdat je hiervoor in het begin misschien echt eerst even de discipline moet opbouwen. Het helpt doorgaans wel als je hiervoor een vast moment in de week kiest. Het idee is om alle post en andere documenten die je moet bewaren geordend op te bergen, zodat je ze later makkelijk terug kunt vinden. Ga ook iedere week ook even na of alle rekeningen op tijd zijn betaald. Check ook je e-mail of er nog berichten zijn waar je naar moet kijken. Bijvoorbeeld een mail van je energieleverancier of de rijksoverheid.

4. Voldoende saldo op bankrekening
Onnodig rood staan, daar wordt niemand blij van. Het leidt tot rentekosten en automatische afschrijvingen die misgaan. Zorg daarom altijd voor voldoende saldo op de lopende rekening. Maak desnoods geld over van je spaarrekening.

5. Huishoudboekje
Het klinkt ouderwets, bijna als iets uit de jaren vijftig: een huishoudboekje. Toch is het echt zo dat een overzicht van je maandelijkse inkomsten en uitgaven heel erg verhelderend kan zijn. We leven inmiddels natuurlijk wel in het digitale tijdperk. Kies daarom een digitaal huishoudboekje dat je overzichtelijk en ‘goed werkbaar’ vindt.

6. Financiële buffer
Ook dit is een tip die niet echt ‘wereldschokkend’ is, maar het helpt echt enorm als je een potje van een paar duizend euro opbouwt voor onverwachte kosten. Het zijn dan de bekende zaken die vaak genoemd worden: de wasmachine die kapotgaat, de auto die gerepareerd moet worden. Maar het zal je maar gebeuren dat je er geen geld voor hebt. Een goede vuistregel is hier: zorg voor voldoende geld om de twee duurste apparaten in je huis – dus afgezien van de auto – te vervangen.

7. Spaardoelen
Sparen is en blijft een beetje ‘magisch’. In het begin denk je af en toe: heeft dit zin. Maar als je stug en gedisciplineerd periodiek geld opzijzet, zul je zien dat je voor je het weet een aardig bedrag bij elkaar hebt. Handig is om een spaardoel te bepalen. Dat motiveert nog extra.

8. Houd overzicht over het aflopen van verzekeringen, abonnementen en contracten
Ook hier geldt weer: dit schiet er vaak bij in. Maar als je overzicht hebt over aflopende verzekeringen, abonnementen en contracten, dan loont dat vaak echt. Ten eerste kan je bij afloop even onderzoeken of een andere aanbieder een voordeliger aanbod of betere verzekering heeft. Misschien nog belangrijker: het helpt enorm bij het beëindigen van abonnementen waar je eigenlijk toch geen gebruik van maakt.

Read More

Zoals het er nu voorstaat zullen de pensioenen van miljoenen Nederlandse werknemers worden gekort. Wat zijn de consequenties hiervan? Op dit moment dreigen 4 grote pensioenfondsen met kortingen. Het ABP en pensioenfonds Zorg en Welzijn brachten onlangs naar buiten dat dit misschien volgend jaar al gebeurt. En de metaalpensioenfondsen PMT en PME staan er nog slechter voor dan bovengenoemde fondsen. Heeft dit consequenties voor jou? Hieronder een aantal punten die een rol spelen bij de kortingen.
Kijk dan hier op de website van De Nederlandsche Bank (DNB)

1. Wat is korten precies?
Korten is precies wat het zegt: gepensioneerden die bij een pensioenfonds zitten dat kortingen doorvoert, krijgen iedere maand een lager bedrag uitgekeerd dan voorheen. De gepensioneerden merken het dus direct. Ook de werknemers worden geraakt door de kortingen, want zij bouwen minder pensioen op.

2. Wanneer moet een pensioenfonds korten?
Of een pensioenfonds moet korten hangt samen met de dekkingsgraad. Dit cijfer, een percentage, geeft weer of het pensioenfonds in staat is om aan de toekomstige uitkeringsverplichtingen aan gepensioneerden te voldoen. Bij een dekkingsgraad van 100% is er precies genoeg in kas om iedereen in de toekomst van een pensioen te kunnen voorzien. Maar dat is natuurlijk wel wat krap. Daarom is al jaren geleden afgesproken dat pensioenfondsen een extra buffer van 5% moeten hebben om tegenslagen goed te kunnen opvangen: een dekkingsgraad van 105% dus. Pensioenfondsen die door deze ondergrens van 105% heen zakken, moesten korten op de pensioenuitkeringen en de pensioenopbouw van werknemers.

Overigens is die buffereis van 105% losgelaten in het recente pensioenakkoord. Naast een aantal andere veranderingen in het pensioenstelsel is ook afgesproken dat het voldoende is als een pensioenfonds een dekkingsgraad heeft van minimaal 100%. Het idee erachter is dat dit wat extra speelruimte geeft aan de pensioenfondsen. Maar nu hangt dus alsnog miljoenen gepensioneerden en werkenden korting boven het hoofd.

3. Hoe komt het dat zoveel pensioenfondsen een lage dekkingsgraad hebben?
Dat hangt natuurlijk samen met het beleid van de Europese Centrale Bank. Die houdt om de economie aan te jagen de rente al jaren op een historisch laag niveau. Dat maakt het voor pensioenfondsen, die een flink deel van hun vermogen in obligaties beleggen, lastiger om een mooi rendement te boeken.

4. Gaat mijn fonds ook korten?
Het hangt dus af van de financiële situatie van je pensioenfonds of het moet korten. Ben je benieuwd hoe jouw pensioenfonds ervoor staat en wat de rendementen zijn? Kijk dan hier op de website van De Nederlandsche Bank (DNB):

Overigens, veel Nederlanders bouwen – door wisselingen van baan – pensioen op bij verschillende pensioenfondsen. Het kan dus ook nog meevallen als je ook nog pensioen opbouwt bij een pensioenfonds dat niet hoeft te korten.

5. Kan ik zelf iets doen?
Op tijd in actie komen, is altijd verstandig bij financiële zaken. Ook hier geldt: als je pensioen gekort wordt of als je minder opbouwt, kom dan in actie. Bouw bijvoorbeeld zelf een extra potje met geld op voor later. Beleggen geeft historisch gezien vaak een interessant rendement.

Read More