Monthly Archives juni 2019

Van de Nederlanders die aanvullend pensioen opbouwen kijken sommigen aan het einde van de maand hoeveel geld ze over hebben. En stoppen dat in het extra pensioenpotje. Maar planmatigheid en discipline werken beter bij de opbouw van je extra kapitaal.

Als je inlegt wat je op dat moment over hebt, is dat natuurlijk al een stuk beter dan helemaal niets doen. Maar als je het op deze manier aanpakt, is de kans uiteraard groot dat je niet het kapitaal zal verwerven dat je nodig hebt voor een voldoende pensioen. Veel beter is om gedisciplineerd maandelijks (of per kwartaal of jaar) het benodigde bedrag opzij te zetten en in je pensioenpotje te storten. Want als je uitzoekt hoeveel geld je tekort komt voor een voldoende pensioen, weet je ook hoeveel je moet inleggen om dat doel te bereiken.

Zelf berekenen
Eerst stel je voor jezelf vast, eventueel samen met een financieel adviseur, welk bedrag je in de toekomst maandelijks of jaarlijks tekort komt voor een goed pensioen. Met deze tool kun je vervolgens – bij verschillende scenario’s – berekenen hoeveel je maandelijks moet inleggen om dat tekort weg te werken:

Fiscus betaalt mee
Bovendien betaalt de fiscus mee. Een groot gedeelte van het geld dat je opzij legt voor je pensioen krijg je terug van de belasting. Er zijn daarbij wel een aantal spelregels. Zo zit een maximum aan het bedrag dat je jaarlijks fiscaal vriendelijk mag inleggen. Hoeveel dat is kan je hier berekenen.

Maandelijks inleggen
Als je gedisciplineerd periodiek geld inlegt met een automatische incasso voor een aanvullend pensioen weet je dat je potje geld voor later automatisch aangroeit. Je zet maandelijks een bedrag opzij dat je kunt missen. Dat bedrag is door het jaar heen gelijk. Door de discipline die een automatische incasso eigenlijk ‘van nature’ biedt, wordt het voornemen ook daadwerkelijk omgezet in geldelijke inleg voor de toekomst.

Aan het einde van ieder jaar kijk je of je het bedrag dat je maandelijks inlegt wil verhogen, verlagen of hetzelfde wil houden.

Als je maandelijks extra geld wil inleggen voor een aanvullend pensioen en je hebt nog geen automatische incasso, klik dan hier.

Heb je wel al een automatische incasso maar wil je die wijzigen, dan kan je hier klikken.

Read More

Nu steeds meer Nederlanders jobhopppers en ZZP-er zijn, wordt het alleen maar belangrijker om een goed overzicht te hebben van de inkomstenbronnen na je pensioen. Want ‘gewapend’ met die kennis kan je dan nog aanpassingen doen, om later een voldoende pensioen te genereren. Er zijn 5 manieren, 5 bronnen, waarop je pensioeninkomsten kan krijgen.

Niet elke bron geldt voor iedereen:

1. AOW, als je altijd in Nederland woonde en werkte. Op mijnpensioenoverzicht.nl vind je informatie over je rechten op AOW.
2. Werknemerspensioen, als je in loondienst bent geweest. Op mijnpensioenoverzicht.nl vind je alle informatie over je pensioen.
3. Zelf afgesloten extra regelingen, zoals, onder meer, lijfrente of bankspaartegoed. Informatie vind je op de polis of het jaaroverzicht van de bank of verzekeraar waar je het product afsloot.
4. Eigen vermogen: spaargeld of beleggingen. Waarbij vooral de dividenden van aandelen extra inkomen kunnen bieden, zonder dat de hoofdsom hoeft te worden aangesproken. Informatie uiteraard op het jaaroverzicht van de spaar- of beleggingsrekening van de betreffende bank of beleggingsinstelling.
5. Inkomsten uit arbeid na je pensioen. De verwachting is dat – nu steeds meer Nederlanders gezonder oud worden – werken na pensioen vaker zal gaan voorkomen.

Op een rijtje zetten
Nu is het zaak de bronnen waaruit je na je pensioen inkomen zal gaan verwerven op een rijtje te zetten. Vermeld daarbij ook het jaar wanneer een inkomstenbron geld gaat opleveren. Omdat de AOW-leeftijd geleidelijk verschuift, verschilt het jaar van de start AOW per persoon.

Bij werknemerspensioen wordt meestal een vaste leeftijd als uitgangspunt genomen, maar je kunt ervoor kiezen dit eerder of later te laten ingaan.

Per maand of jaar?
Het is natuurlijk handig om alles per dezelfde tijdsperiode te zien. Bij de AOW en de werknemerspensioenen zal je een bedrag per maand of jaar zien. Bij de lijfrentes, kapitaalverzekeringen, bankspaarrekeningen en je spaargeld gaat het om een totaalbedrag dat is opgebouwd.

Netto en bruto
Op mijnpensioenoverzicht.nl en op sites van pensioenfondsen -en verzekeraars kun je kiezen wat je wil zien: het bruto- of nettobedrag aan AOW en werknemerspensioen. Als je bij meerdere fondsen pensioen opbouwt, kunnen er nettoverschillen ontstaan. De rekentool Pensioenschijf-van-vijf houdt rekening met die nettoverschillen.

Als je op de Pensioenschijf-van-vijf de inkomstenbedragen invult, berekent de tool het nettobedrag per maand dat je ontvangt. Bovendien geeft de tool inzicht in het verwachte uitgavenpatroon voor jouw ‘huishoudtype’, na pensionering. Zo krijg je een indicatie of je voldoende inkomsten voor na je pensioen opbouwt.

Read More
Eens komt het moment dat je met je opgebouwde lijfrentekapitaal een uitkerende lijfrente moet aankopen. Je kan je lijfrentekapitaal laten stallen op rente. Maar kan je er ook voor kiezen om (door) te beleggen met je lijfrentekapitaal. En dat biedt mooie vooruitzichten.
Read More

Heel veel Nederlanders ontvingen de afgelopen tijd vakantiegeld. Erg fijn natuurlijk om die fantastische vakantie financieel mogelijk te kunnen maken. Maar als je het vakantiegeld niet per se nodig hebt, kan het ook op een slimme wijze op een andere manier worden ingezet. Hieronder enkele tips.

Tip 1: creëer een financiële buffer
Een potje opbouwen voor onvoorziene tegenslagen, zoals geld voor een nieuwe wasmachine als de oude kapot gaat, is altijd slim. Is zo’n potje er nu niet, zet je vakantiegeld dan apart. Om bij onvoorziene, noodzakelijke uitgaven niet in verlegenheid te worden gebracht.

Tip 2: schulden afbetalen
Bij de meeste banken betaal je bij een ‘roodstand’ op je rekening nu circa 9,9% rente per jaar. Bij een debetstand van € 1000 euro ben je dus zomaar per jaar circa € 100 kwijt aan rente. Door het tekort op je betaalrekening aan te vullen, wordt dus per saldo geld bespaard, jaar na jaar. Vooral bij kleine schulden loont het om af te lossen. Want in principe mag je schulden van je vermogen aftrekken in box 3 van de inkomstenbelasting. Hiervoor geldt echter wel een drempel van € 3.000. Alleen als je totale schuld hoger uitpakt, is dit een aftrekpost. Heb je een kleine schuld, dan is het dus extra slim om deze af te lossen, omdat deze alleen maar geld kost.

Tip 3: extra aflossen op je hypotheek
Bij de meeste hypotheekverstrekkers is het mogelijk om deels extra af te lossen op de hypotheek. Hierdoor daalt de schuld en daarmee ook de maandlast. Altijd prettig natuurlijk. Belangrijk is natuurlijk wel om te weten hoeveel je jaarlijks boetevrij mag aflossen.

Tip 4: je huis isoleren
Een huis dat goed is geïsoleerd heeft een fors lagere energierekening. Om een indicatie te geven: bij een ouder, slecht geïsoleerd huis, levert spouwmuurisolatie hetzelfde rendement op als een spaarrekening met 11% rente, heeft MilieuCentraal uitgerekend. En wat kost spouwmuurisolatie? Voor een eengezinswoning circa € 800 euro. Maar dat betaalt zich met een jaarlijkse besparing van € 260 euro snel uit. Ook investeringen in dak- en vloerisolatie en HR++ glas betalen zich al snel uit.

Tip 5: vervang oude apparaten
Een tip die verwant is aan tip 4. Want veel elektrische apparaten zijn nu een stuk zuiniger dan circa vijftien jaar geleden. Als je nu bijvoorbeeld een koelvries-combinatie van 10 jaar oud vervangt door een nieuw exemplaar van € 400, bespaar je circa € 50 per jaar aan energiekosten, becijfert Milieu Centraal.

Tip 6: schenkingen
Als je het missen kan, valt te overwegen om het vakantiegeld te schenken. Bijvoorbeeld aan je kind. Ouders mogen dit jaar € 5.428 belastingvrij schenken aan hun kind. Geef je het geld aan iemand anders – bijvoorbeeld een vriend – dan mag je € 2.173 belastingvrij schenken. Ook wanneer je aan een goed doel geeft, betaalt de fiscus een beetje mee. Want donaties zijn aftrekbaar van de inkomstenbelasting als ze naar een goed doel gaan dat door de Belastingdienst officieel is erkend als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Daarbij geldt wel een drempel van € 60. Komen je giften bij elkaar opgeteld boven dit bedrag, dan is elke euro die je extra doneert aftrekbaar.

Read More

Veel Nederlanders hebben een waaier aan verzekeringen lopen. Misschien vormen al die verzekeringen met elkaar een noodzakelijk ‘setje’. Maar regelmatig blijkt dat veel Nederlanders oververzekerd zijn. En aangezien verzekeringen flink kunnen bijdragen aan de vaste lasten is het de moeite waard om alle polissen regelmatig te checken. Hieronder een aantal zaken om op te letten.

1. Verzeker je niet voor risico’s die je zelf kunt dragen
Sommige verzekeringen zijn natuurlijk simpelweg verplicht. Zoals je zorgverzekering, een WA-verzekering voor autobezitters en een opstal- en overlijdensrisicoverzekering voor huizenbezitters. Dan zijn er verzekeringen die je noodzakelijk kunt noemen. Hoe noodzakelijk hangt dan natuurlijk af van iemands persoonlijke situatie. Een vuistregel daarbij is: dek je alleen in tegen risico’s die je absoluut niet of heel moeilijk kunt dragen. Dan blijkt een persoonlijke aansprakelijkheidsverzekering natuurlijk noodzakelijk. Daarmee ben je gedekt voor schade die jij of je gezinsleden een ander per ongeluk toebrengen. Zowel letselschade als materiële schade zijn gedekt.

Ook een inboedelverzekering lijkt voor veel mensen toch wel noodzakelijk. Omdat als er iets met je spullen gebeurt, bijvoorbeeld door brand of forse waterschade, je vaak een forse kostenpost hebt. Een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor ondernemers lijkt tevens tot de categorie ‘noodzakelijk’ te horen.

Maar wat te denken van een rechtsbijstandsverzekering? Hoe groot acht je de kans op een juridisch geschil in de toekomst? Dan heb je nog verzekeringen die je zeker zal benutten, maar waarbij de dekking zodanig gemaximeerd is dat je waarschijnlijk beter zelf de kosten kan dragen. Bijvoorbeeld een tandartsverzekering. Een uitvaartverzekering is weer om andere redenen doorgaans niet zo’n slimme keuze. Omdat je jaren en jaren spaart bij een instelling die flink daaraan verdient. Je kan dan beter het bedrag zelf bij elkaar sparen of beleggen.
En dan heb nog verzekeringen die meestal meer kosten dan ze opleveren. Voorbeelden daarvan zijn een dieren- of smartphoneverzekering.

2. Wees alert op uitsluitingen en eigen risico
Een verzekering is alleen zinvol als je er ook succesvol een beroep op kunt doen. Met name dierenverzekeringen hebben zoveel uitsluitingen dat je je kan afvragen of ze hoe dan ook zinvol zijn. Vergeet ook niet de verzekerde waarde en de hoogte van het eigen risico na te gaan.

3. Wees alert op overlap
Overlap in verzekeringen is natuurlijk ook iets dat je liever voorkomt. Een bekend voorbeeld is de basispolis en eventuele aanvullende verzekering waarmee je ziektekosten in het buitenland gedekt zijn, met daarnaast een overbodige reisverzekering met medische dekking.

4. ‘Onderhoud’ je verzekeringen
Haal je verzekeringen af en toe eens ‘tevoorschijn’ en neem ze door. Check bij een verlenging van een verzekering of de polisvoorwaarden zijn aangepast.
Ook een verandering in je persoonlijke situatie kan aanleiding zijn om je verzekeringen nog eens tegen het licht te houden. Soms kan de dekking ook omlaag. Is je auto bijvoorbeeld een aantal jaren ouder geworden, dan kun je overwegen om de allriskverzekering te schrappen. Bedenk ook dat de verzekeringsmarkt voortdurend verandert. Zo zijn de voorwaarden voor woonlastenverzekeringen – waarmee je je hypotheek kunt blijven betalen als je werkloos wordt of tijdelijk arbeidsongeschikt raakt – de laatste veel soepeler en interessanter geworden.

5. Vergelijk
Tenslotte, doe eens per jaar een check met het vergelijken van verzekeringen. Wellicht zijn er partijen die lagere premies, een lager eigen risico, een hogere dekking of gunstiger voorwaarden hanteren voor de verzekeringen die jij nodig hebt.

Read More

Past je hypotheek nog helemaal bij je situatie of moet je misschien iets veranderen? Het is een goed idee om minstens een keer per jaar een vijftal zaken te onderzoeken.

1. Matcht de waarde van je huis en je hypotheek nog wel?
Doorgaans rekent je bank een renteopslag als je de aankoop van je huis voor een flink deel met een hypotheek betaalt. Maar zaken veranderen in de loop der tijd. Als bijvoorbeeld je huis in waarde stijgt of als je aflost, verandert de verhouding tussen je hypotheek en woningwaarde. Dat kan geld opleveren, omdat de renteopslag voor een deel of helemaal kan komen te vervallen als die verhouding flink veranderd is. Het kan daarom geen kwaad met regelmaat de WOZ-waarde van je huis te vergelijken met je hypotheek.

2. Einde van de rentevaste periode
De meeste Nederlanders zetten hun hypotheekrente voor langere tijd vast. Veelal voor 10 jaar. Je hypotheekaanbieder is verplicht je 3 maanden voor het einde van de rentevaste periode een nieuw rentevoorstel doen. Dit kan natuurlijk een ideaal moment zijn om je hypotheek over te sluiten naar een andere aanbieder. Overweeg je dat wilt, begin dan wel ruim op tijd met het opvragen van offertes.

3. Lagere rente met oversluiten en rentemiddeling
De afgelopen jaren is de hypotheekrente fors gedaald. Als je nu een veel hogere rente betaalt dan de actuele hypotheekrente, kan het aantrekkelijk zijn om je hypotheek over te sluiten. Dat kan bij een andere bank of bij je eigen bank. Je kunt ook bij je eigen bank rentemiddeling aanvragen. Dat kan namelijk ook een methode zijn om de hypotheekrente gedurende de looptijd te verlagen. Je huidige rentetarief wordt dan gemiddeld met de actuele hypotheekrente van de geldverstrekker in de markt. Of oversluiten of rentemiddeling zinvol zijn, hangt onder meer af van je huidige hypotheekrente. Zelf eens wat verschillende scenario’s doorrekenen kan op deze website.

4.  Verzekeringen
Het is altijd zinvol om van tijd tot tijd al je verzekeringen eens na te lopen. Zijn ze nog nodig? Kan je misschien goedkoper uit zijn bij switchen? Bij een huis kijk je onder meer naar je opstalverzekering, je inboedelverzekering en eventuele levensverzekeringen. Via vergelijkingssites valt na te gaan of je bij een andere aanbieder goedkoper uit bent.

5. Extra aflossen
In een aantal gevallen kan het flink geld besparen af te lossen als je een aflossingsvrije hypotheek hebt, of als een deel van de hypotheek aflossingsvrij is. Goed om te weten is dan dat de meeste hypotheken 30 jaar lopen. En dat ook als je een aflossingsvrije hypotheek hebt, je de hypotheek na 30 jaar helemaal dient af aflossen. Houd er ook rekening mee dat de hypotheekrenteaftrek na 30 jaar stopt en dat de belastingtarieven anders zijn als je met pensioen bent.

Read More